dinsdag 6 januari 2009

Alchemist, je t'attends


Zeeën van tijd op een plek niet ver van de zee. Montpellier, de stad waarvan ik me niet meer kan voorstellen dat ze ooit enkel een plaatsnaam was. Maand 5, also known as “laatste maand der Erasmus”, nam een vliegende start. Na een te alcoholrijke nieuwjaarsnacht volgden drukke dagen: een mooie fietstocht naar Palavas, een bezoek aan Carcassonne, een uitje naar de cinema, een middag de intellectueel uithangen in Musée Fabre, ... Het lijkt wel alsof iedereen de hete wind van de realiteit na Montpellier in de nek voelt blazen en daarom tot het uiterste gaat deze laatste weken. Mooi zo.

Enfin, hoe dan ook heeft ieder mens af en toe rust nodig - of even geen inspiratie voor nieuwe activiteiten meer - en dus deed ik vandaag “niets” (buiten inkopen doen, joggen en lezen dan). Het is dan ook erg raar om totaal geen verplichtingen te hebben: terwijl de Belgische student zich momenteel in het zweet werkt, heb ik nog één relatief klein examen te gaan. De komende weken liggen dus nog als een onbeschreven blad voor me. Dat jaagt me enigszins angst aan: zoveel tijd, zoveel dingen die ik nog wil doen, maar keuzes die gemaakt moeten worden.

Maar ik had het dus paradoxaal genoeg over niets doen. Op één of andere manier slaag ik er niet in om na zo’n dag een voldaan gevoel te hebben, integendeel: ik word er enorm rusteloos van. Misschien had vandaag ook het uitlezen van De Alchemist (boek van Paulo Coelho – sommigen onder jullie herinneren het zich misschien uit een eerder blogbericht) er iets mee te maken. In dit verhaal vat een jonge herder een lange reis aan op zoek naar een schat. Iets waar we symbolisch gezien allemaal wel naar op zoek zijn in het leven, niet waar? Met de hulp van een alchemist komt deze jongen tot ware wijsheid, de ziel van de wereld. Hij slaagt er in de taal van de dingen te leren spreken en ‘praat’ met woestijn, wind, hemel. Ik citeer jullie een stukje dat me speciaal is bijgebleven:

De zon dacht na en ging harder schijnen. De wind, die genoot van het gesprek, begon ook harder te waaien om te voorkomen dat de zon de jongen verblindde.
‘Daarvoor bestaat de alchemie,’ zei de jongen. ‘Opdat ieder mens zijn schat zoekt en vindt, en daarna beter wil worden dan hij vooraf was. Het lood zal zijn rol blijven spelen tot de wereld geen lood meer nodig heeft; dan zal het moeten veranderen in goud. Dat doen de alchemisten. Zij tonen aan dat als wij ernaar streven om beter te worden dan we zijn, alles om ons heen ook beter wordt.
‘En waarom zeg je dat ik de liefde niet ken?’ vroeg de zon.
‘Omdat liefde niet stilstaan is zoals de woestijn, noch de wereld rondsnellen zoals de wind, noch alles uit de verte gadeslaan zoals jij. Liefde is de kracht die de ziel van de wereld verandert en verbetert. Toen ik voor het eerst doordrong in die ziel, dacht ik dat ze volmaakt was. Maar daarna zag ik dat ze het spiegelbeeld was van alle wezens en vol liefde en strijd zat. Wij zijn het die de ziel van de wereld voeden, en de aarde waarop wij leven zal beter of slechter worden naarmate wij beter of slechter zijn. En daar komt de kracht van de liefde in het spel, want als wij van iemand houden willen we altijd beter zijn dan we zijn.’

Als deze uit de context gerukte paragraaf jullie de wenkbrauwen doet fronsen: volkomen normaal. Zelf wacht ik al lang op een soort alchemist die me de het doel van mijn doen en laten eens wil uitleggen. Als dat er al is.

Alors, vous comprenez: tegen de avond was ik dolgedraaid. Allerlei gedachten snelden gedurende deze suffe dag als de wind door mijn hoofd, ik was duidelijk niet à l’aise. Psycholoog en huisgenoot Stéphane had dit in de mot en gooide olie op het vuur door pogingen tot hypnose en andere therapievormen te ondernemen. Aaargh! Gelukkig woon ik buiten Stéphane ook samen met Thomas, die mij kordaat onderwierp aan een relaxerende meditatiesessie. Languit op bed, de ogen gesloten, luisterde ik naar een prachtig lied van landgenote Axelle Red. Ik geef jullie tekst en muziek en nodig jullie uit hetzelfde te doen!

Je t’attends

Tous ces gens qui passent autour de moi
dans la ville
Ces gens qui courent et qui marchent au pas
où vont-ils?
Est-ce le vent qui les pousse
vers d'invisibles rêves
Que voient-ils au bout de leur course
quand le brouillard se lêve

Réponds-moi, je t'attends je t'attends je t'attends

Tous ces gens qui se serrent dans leur bras
sur leurs coeurs
Qui ne savent plus ce que c'est d'avoir froid
d'avoir peur
Est-ce la terre qui retient leurs pas
où le ciel qui est trop lourd
Ils marchent à l'écart du hasard
que savent-ils de l'amour

Cent fois, sans toi
j'ai cherché ma route
Sans foi, ni loi
Seule avec mes doutes
Je t'attends...

Tous ces gens qui passent autour de moi
dans la ville
Ces gens qui courent et qui marchent au pas
où vont-ils?
Est-ce le vent qui les pousse
vers d'invisibles rêves
Que voient-ils au bout de leur course
quand le brouillard se lêve

Cent fois, sans toi
j'ai cherché ma route
Sans foi, ni loi
Seule avec mes doutes

Cent fois, sans toi
le coeur en déroute
Sans foi, ni loi
j'ai perdu ma route

Je t'attends je t'attends je t'attends

http://www.youtube.com/watch?v=sS7wkRn5EZg

Na dit hoognodig moment van rust ging het weer een pak beter. Hernieuwde energie om luchtig te praten en te grappen met mijn mede-Erasmussers. En nu staat een nacht vol nog onbekende dromen me te wachten.

Slaapwel liefste lezers, en tot weldra. Ik neem me voor om morgen gewoon nog eens hersenloos te feesten, zoals het een volwaardig Erasmusser betaamt.

1 opmerking:

  1. Hoi Ruth!

    Geniet ervan!
    laat u niet doen door de 'eind-erasmusstress'

    Dikke kussen
    Ruth

    BeantwoordenVerwijderen